Nieuws

03/08/2017

Erosie bestrijden bij de teelt van groenten en maïs: project GOMEROS bouwt verder op de overtuigende resultaten van het eerst

Hoe voorkom je erosie op percelen met maïs en groenten? Hoe zorg je ervoor dat water, bodem, voedingsstoffen en fytoproducten niet gaan afstromen? Het project GOMEROS onderzoekt in nauwe samenwerking met landbouwers hoe teelttechnieken aangepast kunnen worden zodat gewasrendement behouden blijft én erosie effectief wordt aangepakt.

Met de invoering van de nieuwe randvoorwaarden erosie, wordt aan de landbouwers met erosiegevoelige paarse en rode percelen een uitgebreid maatregelenpakket opgelegd. Het gaat hierbij o.a. om teelttechnieken die erosie aan de bron aanpakken en om erosiebestrijding. Een aantal teelt- en bodembewerkingstechnieken staan echter nog in hun kinderschoenen of de praktische uitvoerbaarheid ervan wordt sterk in vraag gesteld. GOMEROS spitst zich toe op maïs en vlakveldse groenten op paarse en rode percelen. De doelstelling is om erosie effectief aan de bron te bestrijden én gewasopbrengst en -kwaliteit te behouden.

Sinds vorig jaar worden een achttal veldproeven met groenten en maïs aangelegd verspreid over de erosiegevoelige gebieden in Vlaanderen, en dat wordt dit jaar en in 2018-2019 herhaald. De proeven van 2016 leerden ons alvast dat zowel tandbewerkingen als drempels tussen de ruggen van prei en witloofwortelen de erosie sterk kunnen reduceren. Voorwaarde is wel dat de tandbewerking gebeurt in voldoende droge omstandigheden. De resultaten in cijfers: in de tussenruggen met bandensporen spoelde er op het preiperceel 35 ton/ha sediment af, bij tussenruggen die verruwd waren door tandbewerkingen of drempels was dat minder dan 0.6 ton/ha. Op maïspercelen gaven strip-till en niet-kerende bodembewerking goede resultaten: in beide gevallen was er een vermindering in erosie van meer dan 80%. De gewasopbrengst bij strip-till was echter wisselend, afhankelijk van het proefperceel. Enkel wanneer de bodem in optimale conditie was, kon met strip-till dezelfde gewasopbrengst worden gehaald als bij ploegen. Een andere beloftevolle techniek is vollevelds zaaien van maïs: daar was de erosie ongeveer 66% lager.

In 2017 bouwen ILVO, PCG en Inagro, in samenspraak met landbouwers, constructeurs en experten, verder op de resultaten van 2016. In de proefvelden met maïs in Horebeke en Vollezele wordt strip-till verder vergeleken met ploegen en niet-kerende bodembewerking. De drijfmest wordt hierbij tijdens de strip-till bewerking in de rij afgelegd. Omdat we vermoeden dat de voorvrucht een belangrijke rol speelt in het slagen van de strip-till bewerking werd het veld in Maarkedal opgesplitst in een deel waar gele mosterd werd gezaaid en een deel waar Italiaans raaigras werd gezaaid in het najaar. Ook het vollevelds zaaien van maïs wordt verder onderzocht. In 2016 werd gebruik gemaakt van een gewone zaaicombinatie (rotoreg + mechanische zaaimachine) voor granen. Dat had geen impact op de gewasopbrengst, maar omdat zaden hierbij ondieper worden afgelegd en niet aangedrukt, had dit bij een te droog voorjaar vermoedelijk wel problemen gegeven. Daarom wordt dit jaar in Vollezele vollevelds gezaaid met meer aangepaste zaaimachines. Bij maïs wordt tenslotte ook het erosiebestrijdend potentieel van drempels in de tussenrij onderzocht. Het effect van drempels wordt ook bekeken bij de teelt van knolselder, na aanpassing van de kooirol op de plantmachine. Hiervoor is een proefveld aangelegd in Komen-Waasten. In Riemst (Limburg) ligt dan weer een proefveld met erwt, en in Zwalm (Vlaamse Ardennen) worden testen uitgevoerd met erwt en zaai-ui. In deze teelten staat het effect van niet-kerende bodembewerking ten opzichte van ploegen en van verschillende zaaibedbereidingen op gewasontwikkeling en erosiebestrijding centraal. Net zoals vorig jaar worden ook proeven aangelegd met drempels en tandbewerkingen in de tussenruggen van prei (Heuvelland) en witloofwortelen (Merchtem).

Bron : ILVO (project wordt ook ondersteund door Vegebe)


13/06/2017

Romain Cools geeft na 20 jaar de fakkel door als algemeen secretaris van Vegebe aan Nele Cattoor.

In het kader van het druk bijgewoonde FVPhouse event in het nieuwe Antwerpse Havenhuis, nam Vegebe, de federatie van de Belgische groenteverwerking en groothandel in industriegroenten, afscheid van zijn secretaris Romain Cools.

Romain Cools oefende dit mandaat gedurende 20 jaar uit en bracht de beroepsfederatie van deze belangrijke schakel in de Belgische agro-voedingsketen onder binnen de koepel van FVPhouse (Fruit, Vegetable en Potato house).

FVPhouse fungeert als backoffice voor Vegebe, Belgapom (de Belgische aardappelhandel en -verwerking) en Fresh Trade Belgium (de Belgische groothandel in verse groenten en fruit).

Dankzij deze samenwerking kunnen de zelfstandig functionerende beroepsfederaties in de schakel handel en verwerking in de Belgische AGF-sector op een efficiënte wijze gebruik maken van een professioneel secretariaat met mensen met specifieke competenties op diverse deelterreinen.

Nu ir. Nele Cattoor, die reeds jarenlang actief was als regulatory affairs manager binnen Vegebe en FVPhouse, het mandaat van algemeen secretaris van Vegebe opneemt, heeft elke organisatie een eigen aanspreekpunt : Nele Cattoor voor Vegebe, Veerle Van der Sypt voor Fresh Trade Belgium en Romain Cools voor Belgapom.
Deze laatste blijft directeur van FVPhouse.

Tijdens het FVPhouse event dankte Vegebe-voorzitter Bernard Haspeslagh namens alle Vegebe-leden Romain Cools voor zijn inzet gedurende de voorbije 20 jaar. Hij verwees naar de dynamiek waarmee deze als algemeen secretaris tal van dossiers behandelde, mee de uitbouw van de Europese federatie PROFEL realiseerde en van Vegebe de stem van de Belgische groenteverwerking op nationaal en internationaal vlak maakte.

Hij wenste Nele Cattoor veel succes met deze nieuwe functie, die moet leiden tot een nog betere dienstverlening aan de leden en een verdere uitbouw van de werking van FVPhouse.